zaterdag 16 september 2017

vrijdag 8 september 2017

prentje en papa

89 is hij vandaag geworden. Negenentachtig. Allemachtig.
Als ik vraag of hij weet hoe oud hij nu is, zegt hij snel: '44'.
Mijn vader weet zijn dementie nog altijd op een charmante manier te verhullen.

We zitten met z'n allen een mierzoet gebakje te eten in de ruimte beneden van het verzorgingshuis.
Er schuifelt een oude vrouw voorbij met haar rollator.
Haar blik is verward; opgesloten als ze is in haar ziekte.
'Waar moet ik nou zitten?'
Ik kan het niet aanzien. 'Zal ik even met u een plekje zoeken?', vraag ik haar.
Dankbaar kijkt ze me aan.
In een grijze wereld is elk vriendelijk woord een lichtpuntje, vermoed ik.

Ik loop met haar naar een rond tafeltje met drie stoelen aan het raam.
'Híer ga ik niet zitten', zegt ze beslist. Ik wil bij die mensen dáár zitten.'
Lichtelijk beschaamd vraag ik aan een familie aan het tafeltje ernaast of ze bij hen mag zitten.
De vrouw kijkt me verhit aan, een laptop staat aan tafel.
'We zitten net iets moeilijks te regelen', zegt ze.
Ik knik. Elke familie hier heeft zo zijn eigen zorgen.

De vrouw met de rollator is inmiddels al doorgeschuifeld, haar aandacht is mee verschoven.
In mijn ooghoek zie ik een verbaasde blik van een jonge vrouw achter in de twintig die er een stoel bij pakt zodat de vrouw kan aanschuiven aan haar tafeltje.
Lichtelijk opgelucht loop ik terug naar mijn eigen familie.

Ik zie mijn vader bijna knikkebollen.
Als hij niet al in een rolstoel zat, was hij nu door zijn hoeven gezakt.
'Moe hė, pap. Zal ik je naar je kamer brengen?', vraag ik hem zonder overleg met de rest.
Hij knikt.

Samen met Zus en mijn nichtje brengen we hem naar boven.
'We krijgen 'm toch niet alleen in bed?', fluistert Zus.
Ik ga op zoek naar de verzorgster.
Ze komt aanzetten met een soort van stoellift.
Discreet willen we ons uit de voeten maken, maar mijn heerlijke Down-nichtje roept dat ze wil zien hoe opa in bed komt.
De lieve verzorgster zegt dat het geen probleem is.

Mijn 89-jarige sterke vader wordt in bed getakeld. Eigenlijk gaat het best soepel.
'Zo'n lift wil ik ook wel, voor als ik uit de kroeg kom', bazel ik, mijn ongemak verbergend.

Mijn vader steekt zijn duim op.

woensdag 6 september 2017

prentje en de FADO

Inspiratie is een bijzonder fenomeen, niet te zeggen een ongrijpbaar proces.

Tijdens onze trip naar Gent belandden we in een klein cafeetje, waar alle muren een prachtige donkergrijze kleur hadden. Het zorgde voor een warme, intieme sfeer.
Ik besloot ter plekke om ook de muur achter mijn bed donkergrijs te verven, omdat ik toch al in een slaapkamermetamorfose zat.
Helemaal toen ik ook nog deze geweldige houten knoppen had gevonden van Salvador Dalí en Coco Chanel - en bedacht had om Coco te versieren met een 'parel'ketting.

Ik zei U; inspiratie is een wonderlijk iets.
Maar ja, verven was eigenlijk nog niet slim.
De Kast der Kasten was onvindbaar en voorlopig had ik nog een Pax-kast naast mijn bed die geen centimeter verplaatsbaar was.

De Kast der Kasten is een ontwerp van W. Lutjens voor Den Boer Gouda, een kast uit de jaren vijftig die ervoor heeft gezorgd dat ik nu in een redelijk obsessieve staat alle vintage-winkels van Nederland aan het stalken ben. Eén foto van deze kast en ik was verliefd. 
Ik begin echter te vrezen dat meneer Lutjens een stuk of twee van deze kasten heeft gemaakt, want de reacties op mijn smeekbedes of ze deze kast hebben variëren van: 'Haha, dát zou leuk zijn' tot 'deze kast is helaas uiterst zeldzaam'. Mijn koninkrijk voor deze kast:
Bij gebrek aan De Kast, in het bezit van een onverschuifbare PAX en een enorme portie ongeduld, bedacht ik (na een goeie tip) om er dan maar een soort van afscheiding te maken. 

Dan was de ene hoek het 'omkleedgedeelte' (wit) en het andere het 'slaapgedeelte' (grijs).  
Enfin, zoals U kunt zien; zo gezegd zo gedaan, ik was tevreden over het eindresultaat en schoof mijn bed weer terug om er bekaf in te kunnen kruipen (het is altijd weer meer werk dan je denkt). 

En toen gebeurde het. 
Met een grote klap viel de grijze lamp van het nachtkastje en in duizend stukjes omdat ik in mijn vermoeidheid struikelde over het snoer
'Gelukkig was ie niet zeldzaam en/of duur, haal ik van de week wel een nieuwe bij Ikea', dacht ik nog in mijn optimisme nadat ik het glas had opgeruimd.
How I was wrong. 

'Nee, de grijze FADO's zijn overal uitverkocht', zei de jongen in mijn Utrechtse Ikea spijtig.
'Even kijken wanneer ze weer binnen komen. Ach, half november pas.'

Half november?! Ik had toch er toch geen speurtocht naar dé vintage nachtkastjes, een zoektocht naar een onvindbare kledingkast, een geverfde muur en kunstk(n)oppen uit Denemarken op zitten om dan letterlijk en figuurlijk te struikelen over een Ikea-lamp?!

'Misschien dat er nog één filiaal is die ze heeft', zei hij haastig toen hij mijn verbijsterde gezicht zag.
Thuisgekomen kroop ik onmiddellijk weer achter de computer.
Inmiddels was het dinsdagavond, kwart voor acht.
'Nog vijf exemplaren beschikbaar', las ik bij filiaal Amsterdam.
Als enige, inderdaad.
Ik stoof weer in mijn auto en reed naar Amsterdam.
Met argusogen keek ik de bezoekers hun spullen uit hun karretje.
Het zou me toch niet gebeuren dat MIJN lamp in het half uurtje reistijd bij een willekeurige bezoeker in zijn karretje was beland?
Ik was inmiddels bijna in staat om 'm eruit te sleuren.

Eindelijk had ik de lampenafdeling bereikt.
Daar stonden ze.
Ik keek meteen bij de dozen onder de plank waar ze trots op een rijtje stonden te shinen.
Geen grijze FADO te bekennen.
 
Met grote stappen beende ik op een verkoper af.
De eerste nam gelijk de benen toen hij mijn gezicht zag, nog roepende dat hij niet van deze afdeling was, maar toen had ik toch beet.

Verhit deed ik mijn verhaal.
Ook deze jongen keek weer in de computer ('hmm, blijkbaar is de voorraad niet bijgewerkt, we zouden er inderdaad nog vijf moeten hebben') en ook hij kwam met de treurige mededeling dat ze half november pas weer op voorraad zouden zijn.
'Dan wil ik het showmodel', zei ik resoluut.

'Ehm, dat is niet gebruikelijk', probeerde hij nog, maar al snel zag hij in dat hier niet tegen op te boksen was.
Braaf haalde hij de lamp van de plank en overhandigde 'm plechtig.
Ik overwoog of ik hem ter plekke zou zoenen.

Zielsgelukkig liep ik naar de kassa, de lamp (zonder beschermende doos) koesterend als was het een pasgeboren baby.
Voorzichtig reed ik naar huis met mijn kwetsbare inhoud.

Om er thuis achter te komen dat ik vergeten was een gloeilamp te kopen.

zondag 20 augustus 2017

prentje en de nachtkastjes

Geïnspireerd door de warme gezelligheid van Gent, vond ik mijn witte slaapkamer opeens wel heel steriel en onpersoonlijk overkomen.
Het detoneerde ook een beetje met de rest van het huis, dat meer 'prentje' uitstraalt.
De slaapkamer moest "ont-Ikea'd" worden en het liefst zo snel mogelijk, want zo ben ik.
Als ik eenmaal iets in mijn hoofd heb, wel; dan heb ik het niet ergens anders zitten.
Hooguit in mijn hart.

De obsessieve zoektocht naar dé nachtkastjes begon. Urenlang zat ik op het net te speuren.
En zo stuitte ik op een geweldige vintagewinkel, nog geen vijf kilometer van mijn huis.
Soms hoef je het helemaal niet ver te zoeken.
De zwangere eigenaresse had op haar website twee fantastische nachtkastjes gezet, die het helemaal waren.
Helaas was de winkel vanwege haar zwangerschap alleen op zaterdag open, dus ik moest nog even geduld hebben. Niet mijn sterkste kant, zoals U inmiddels weet.

Enfin, uiteindelijk wordt het toch altijd weer zaterdag en stond ik meteen bij het openen van de winkel op de stoep. 'Jij komt zeker voor de nachtkastjes', zei de winkeleigenaresse lachend.
Had de verwachtingsvolle blik in mijn ogen me weer verraden?

Daarom ben ik ook helemaal niet goed in onderhandelen, het is bij mij altijd overduidelijk als ik ergens blij van wordt. Iets wat me vorige week af en toe een por in mijn zij opleverde op de vlooienmarkt in Gent. 
'Je moet hooguit zuinigjes nee schudden met je hoofd', zei mijn reisgezelschap, die de prijs al zag verdubbelen. 
Maar bij de volgende kraam ging het alweer mis.   

'Ik heb trouwens ik deze week nóg een paar nachtkastjes binnen gekregen; ik heb nog geen tijd gehad om ze op de site te zetten', zei de vrouw van de winkel vrolijk, terwijl ze haar hand op haar mooie ronde buik legde.
'Ik zal ze je even laten zien.'

O,o.

Keuzestress all over the place. Deze waren óók heel mooi.
'Wil je misschien een kopje koffie?', vroeg de aanstaande oma die ook in de winkel stond en de bui al zag hangen.

Om een lang verhaal kort te houden; ik wist het niet meer en schakelde via mijn mobiel hulptroepen in.
'De tweede op de foto', zei de één.
'Ik zou voor de eerste gaan', zei de ander.

Uiteindelijk toch maar de knoop doorgehakt (de tweede) want ik kon toen moeilijk de hele zaterdag al koffiedrinkend in de winkel doorbrengen. De moeder hielp me ze naar de auto dragen.
Blij met mijn aankoop reed ik naar huis.

Hmm. De witte lampjes die ik had, pasten ook niet meer echt.
Maar waar had ik nou ook alweer van die leuke gezien met gekleurd glas?

Hej Ikea!

Schiet lekker op zo.

woensdag 16 augustus 2017

prentje in Gent

Dit is een ode aan een fantastische stad. 
Een stad die ik niet goed kende (ooit bliksembezoek) maar absoluut mijn hart heeft gestolen. 
Een stad waar je op zondagmorgen kunt ontbijten aan een kerkpleintje met een markt vol absurde dingen. 
Waar een tafeltje verderop het eerste (of is het 't laatste?) pintje wordt geschonken.  
Een stad waar de inwoners lijken te zingen in plaats van te praten. 

Een stad die ik niet goed in woorden kan vangen, maar hopelijk wel in beeld...

zondag 6 augustus 2017

prentje en de magiër


Herinnert U zich nog dat ik een advertentie had gezet bij de houtdraaiclub?
Die geen roodgloeiende telefoon opleverde?
Welnu, uiteindelijk reageerde er eentje op mijn oproep.

En dus parkeerde ik deze week mijn auto in een voor mij onbekende woonwijk.
Een vriendelijke meneer deed open.
We namen plaats in de serre, waar mijn oog al meteen viel op enkele prachtige houten voorwerpen het dressoir.

Na de koffie ging Berend (ik mocht Berend zeggen) me voor naar zijn atelier in de tuin.
Een magische wereld opende zich vol exotische houtsoorten.
Met in het midden de meest geavanceerde houtdraaibank die ik ooit had gezien.
'Wil je zelf draaien?', vroeg hij, maar ik was vooral nieuwsgierig naar zijn houtdraaikunsten.
'Je wilde een boompje hè?'.
Binnen no-time liet hij me verschillende technieken zien die ik met nog-net-niet-open-mond gade sloeg.
'Zoek maar uit hoor', zei hij joviaal toen hij me een bak met verschillende eikeltjes liet zien.
'En nu maak ik een appel voor je', zei hij resoluut. 
En hij maakte de prachtigste appel voor me.
Mijn oog viel op een beeldje die onopvallend in een hoekje stond. 
Ik werd er door gegrepen, net als ik vorig jaar door een vergelijkbaar beeldje in Bilbao werd geraakt. 
Een prachtig minimalistisch vrouwfiguur. 
Bewonderend hield ik het in mijn handen. 
'O, daar ben ik helemaal niet tevreden mee', zei Berend haastig. 
'Maar als je dat mooi vindt, heb ik nog wel wat anders voor je.'

En hij ging naar boven om één van de mooiste beeldjes te pakken die ik ooit had gezien.
Sprakeloos en met kippenvel op beide armen keek ik naar het elegante kunstwerk dat ik in mijn handen had. 
Hoe is het mogelijk dat deze gepensioneerde vrachtwagenchauffeur in een schuurtje ergens in een woonwijk in het midden van het land van een eenvoudig stuk hout zulke prachtige dingen maakt? 
En dat niemand dat weet? 

Voor mij is hij niets minder dan een tovenaar.    

maandag 24 juli 2017

prentje en het sprookje

Als we vertrekken, is de lucht blauw met wollige stapelwolkjes.
We rijden door het Brabantse landschap.
'Kijk', zegt Zoon. 'Die koeien hebben een hele weide tot hun beschikking, maar gaan toch allemaal vlakbij elkaar liggen.'
Als we langs de pluimen een fabrieksschoorsteen rijden, hoor ik naast me: 'Het lijkt wel alsof die fabriek wolken produceert.
Het is net een wolkenfabriek.'

Mijn puberZoon.
Volgende maand wordt hij al dertien.
Het liefst kijkt hij de hele dag YouTube-filmpjes van andere pubers die aan het gamen zijn, terwijl hij ondertussen zelf via een ander beeldscherm ook een computerspelletje speelt.
Zijn telefoon ligt standaard naast hem.

Maar vandaag niet.
Vandaag zijn we samen op weg naar de Efteling.
De sfeer is uitgelaten, we hebben er zin in.
'Ik gedraag me niet echt als een vijfenveertigjarige hè', vraag ik een beetje schuldbewust.
'Heb je dat ooit gedaan dan?', ketst hij onmiddellijk terug.
Een betere spiegel dan een puber is er niet.

We gaan drie keer in Symbolica, de nieuwste attractie, tot we alle routes hebben ontdekt.
Uit pure nostalgie lopen we door het Sprookjesbos.
Zoon reikt inmiddels al ver voorbij mijn schouders.
Nog even, en hij haalt me in qua lengte.
Hij heeft de baard al in zijn keel.
En toch kijkt hij me verwachtingsvol aan als we bij de muntjespoepende ezel zijn.
Om vervolgens teleurgesteld getuige te zijn van een staart die wél omhoog gaat, maar er geen muntje uitgooit.
Nou ja, zeg.
We gooien er nog een keer vijftigcent in, en dit keer worden we beloond met twéé vliegende muntjes.
Obstipatie, vermoed ik.
Het beestje staat er ook al jaren.

Behalve een rij voor Symbolica, is het niet echt druk.
Ik vermoed dat veel mensen zich hebben laten afschrikken door de slechte weersvoorspelling.
Het valt me mee wat betreft de buien.
Tot nu toe hebben we er eentje gehad, en schuilden we onder een grote parasol.
Dat had ook wel weer wat.

Omdat we allebei bange poeperds zijn, negeren we alle enge achtbanen.
Wilder dan de Pirana hoeft voor ons allebei niet.
Daar aangekomen, kunnen we bijna in één keer doorlopen.
We worden niet eens zo hoe heel nat.
'Kunnen we blijven zitten?', gebaar ik overmoedig naar de jongen van de attractie.
Hij steekt zijn duim omhoog.
Er staat toch niemand meer in de rij.

'Volgens mij begint het te regenen, mam', zegt Zoon voorzichtig als we nog in het overdekte gedeelte zijn.
Ha, regenen? Hozen! De grootste stortbui van die dag valt naar beneden.
Binnen twintig seconden zijn we compleet doorweekt.
Ik begrijp nu wel dat er niemand meer in de rij stond.
Het water komt overal vandaan: uit de lucht, van de waterval, de golven uit de baan die over onze schoenen stromen.

Als twee verzopen katten rennen we naar de auto.
'McDrive dan maar?', stel ik voor.

Even later werken we het fastfood naar binnen in een auto die compleet beslagen is.
'Wat vond jij het leukst?', vraagt Zoon met een mond vol Franse frietjes.
'Symbolica denk ik', antwoord ik weifelend.
Nieuwe dingen hebben toch een grote aantrekkingskracht.
'En jij?'

'De laatste rit in de Pirana', antwoordt hij stralend.
Púbers.